Strafzaak euthanasie bij dementie


Hoge Raad bevestigt dat euthanasie ook mag bij vergevorderde dementie

In 2016 verleende een specialist ouderengeneeskunde euthanasie aan een diepdemente vrouw. In maart 2019 oordeelde het Centraal Tuchtcollege dat de arts wel onjuist, maar relatief weinig verwijtbaar had gehandeld en daarmee slechts een waarschuwing verdiende. In september 2019 heeft de strafrechter uitspraak gedaan over het handelen van de arts en oordeelde dat er sprake was van een zorgvuldige euthanasie. Het OM heeft deze rechtsvraag vervolgens voorgelegd aan de Hoge Raad, via de procedure ‘cassatie in belang der wet’.

In april 2020 bevestigde de Hoge Raad dat euthanasie ook mag worden verleend aan patiënten met vergevorderde dementie. De arts hoeft aan de wilsonbekwame patiënt geen bevestiging te vragen over diens schriftelijk euthanasieverzoek.

Daarnaast stelt het hoogste rechtscollege dat een wilsverklaring ‘niet eenduidig’ hoeft te zijn. De arts moet door de wilsverklaring te interpreteren en de omstandigheden te beoordelen genoeg zekerheid verkrijgen dat de patiënt zou willen overlijden in de situatie waarin hij of zij zich inmiddels bevindt. Dit is positief nieuws voor alle mensen in Nederland die een schriftelijk euthanasieverzoek opstellen.

De NVVE heeft de arts gedurende het traject financieel gesteund en is blij met de uitspraak van de Hoge Raad en de verheldering van de regels voor euthanasie bij wilsonbekwame mensen door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). Voor de uitvoeringspraktijk van artsen is dit erg fijn, omdat er meer zekerheid is dat hun afwegingen en hun handelen binnen de wet blijven.